Het kabinet komt met een nieuwe vrijwillige beëindigingsregeling (Vbr) voor veehouders. De verwachting is dat de regeling medio 2026 wordt opengesteld. Volgens POV is de nieuwe regeling een gemiste kans. Naast subsidie voor het beëindigen van locaties, behoort er ook geïnvesteerd te worden in het perspectief voor blijvende bedrijven.
De nieuwe Vbr is bijna een kopie van de vorige stoppersregelingen (LBV en LBV-plus). De regeling is eenzijdig gericht op het verminderen van uitstoot op stikstofgevoelige gebieden. De regeling richt zich dan ook op dezelfde groep bedrijven, waardoor andere bedrijven wederom niet kunnen deelnemen.
Structuurverbetering
POV adviseerde het ministerie er anders mee om te gaan. Er is voorgesteld budget te reserveren voor een verplaatsingsregeling. Ook werd voorgesteld te komen met een regeling waarbij verouderde stallen gesaneerd kunnen worden en relatief nieuwe, moderne stallen behouden. Dit door te ‘schuiven’ tussen ondernemingen. Met de voorstellen is niks gedaan. POV wil opnieuw hierover in overleg.
Behoud van kritische massa
Door de vorige saneringsregelingen is de varkenshouderijsector aanzienlijk gekrompen. Dit heeft geleid tot spanning in de markt, ook bij de toeleverende en verwerkende bedrijven. De kritische grens lijkt bereikt, waardoor innovatie en verdere verduurzaming stagneert. POV verwacht van de overheid dat zij niet alleen oog heeft voor het saneren van ondernemers, maar er ook voor zorgt dat er perspectief blijft.
Bron: POV




