LTO Nederland heeft tijdens een deskundigenbijeenkomst in de Eerste Kamer aandacht gevraagd voor een uitvoerbare en realistische invulling van de klimaatopgave voor de land- en tuinbouw. De sector wil bijdragen aan de nationale en Europese klimaatdoelen, maar benadrukt dat daarvoor duidelijke randvoorwaarden nodig zijn.
In de land- en tuinbouw gaat het grotendeels om biogene emissies, zoals methaan en lachgas, die onderdeel zijn van natuurlijke kringlopen. Dat vraagt om gerichte maatregelen en maatwerk op bedrijfsniveau. Werken aan emissiereductie, klimaatadaptatie en vastlegging van koolstof in bodems is mogelijk, maar de effecten verschillen sterk per bedrijf en per maatregel. Specifiek klimaatbeleid voor de land- en tuinbouw met verschillende routes is daarom effectiever dan een uniforme aanpak.
Tijdens de bijeenkomst pleitte LTO voor een aanpak die boeren en tuinders de zekerheid geeft om te investeren. Dat betekent: langjarige duidelijkheid richting 2040 en 2050, structurele samenwerking tussen overheid en sector en toegang tot middelen om bewezen maatregelen op te schalen. Zonder een stabiel beleidskader en investeringszekerheid blijven verduurzamingsmaatregelen beperkt tot koplopers. Waar sectoren als industrie, mobiliteit en gebouwde omgeving gerichte verduurzamingsprogramma’s benutten, ondersteund met middelen uit het klimaatfonds, is dat er voor de agrarische sector (nog) niet.
LTO ziet de bijeenkomst als een belangrijke stap in de verdere uitwerking van klimaatbeleid voor de land- en tuinbouw. De sector roept al geruime tijd het kabinet op om hierover in gesprek te gaan. Met duidelijke doelen, samenwerking en passende ondersteuning kan de sector een volwaardige en effectieve bijdrage leveren aan de landelijke en internationale klimaatopgave.
Bron: LTO




