Landbouwminister Jaimi van Essen heeft afgelopen woensdag de Tweede Kamer geïnformeerd over de belangrijkste ontwikkelingen in het mestbeleid.
8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn
Het ministerie werkt aan het 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn. Doel is verbetering van de waterkwaliteit door minder stikstof- en fosfaatverliezen uit de landbouw. Bij de uitwerking wordt niet alleen gekeken naar milieueffecten (waterkwaliteit, ammoniak, lachgas), maar ook naar de sociaaleconomische gevolgen voor agrarische bedrijven.
Overheden, waterschappen, provincies én sectorpartijen worden hierbij betrokken. Het 8e actieprogramma wordt 1 januari 2027 geïmplementeerd
Geen nieuwe derogatie
De Europese Commissie heeft definitief laten weten dat Nederland geen nieuwe mestderogatie krijgt. Dat betekent dat het maximum van 170 kg stikstof uit dierlijke mest per hectare blijft gelden.
Renure
Sinds 2 maart 2026 is de Europese regelgeving voor Renure van kracht. Nederland werkt aan een nationale regeling waardoor het mogelijk wordt om tot 80 kg stikstof per hectare boven de dierlijke mestnorm toe te passen in de vorm van goedgekeurde Renure-producten. Deze producten mogen kunstmest vervangen en maken het mogelijk om nutriënten uit dierlijke mest beter te benutten. De regeling is inmiddels genotificeerd in Brussel; de inwerkingtreding wordt vóór de zomer verwacht.
Registratie en toekomstige certificering Renure
In eerste instantie wordt Renure toegestaan als de producent door de overheid is geregistreerd. Later wordt certificering waarschijnlijk verplicht voor alle producenten. Hiervoor is een aanpassing van de Meststoffenwet nodig, die momenteel in voorbereiding is. Doel is om toepassing van Renure mogelijk te maken zonder onnodige vertraging.
Europa: mogelijk ruimte voor circulaire meststoffen
In Brussel loopt een evaluatie van de Nitraatrichtlijn. Het is nog onzeker of dit leidt tot aanpassing, maar een herziening kan kansen bieden voor bredere inzet van circulaire meststoffen, zoals Renure. Dit sluit aan bij Europees beleid dat inzet op minder afhankelijkheid van kunstmest en meer hergebruik van nutriënten.
Extra inzet op mestverwerking en -vergisting
Het kabinet blijft inzetten op opschaling van mestverwerking, onder andere voor export van mestproducten. Mestverwerking kan bovendien bijdragen aan lagere ammoniak- en broeikasgasemissies. Daarnaast wordt mestvergisting extra gestimuleerd. Hiervoor is in 2026 zes miljoen euro gereserveerd.
Biologisch aanzuren van mest
Biologisch aanzuren van mest kan leiden tot minder ammoniak- en methaanemissies en een hogere biogasopbrengst. Op basis van aanvullend onderzoek bekijkt de minister of en hoe deze techniek in de regelgeving kan worden toegestaan.
Bron: POV




