Kreupelheid bij zeugen krijgt op veel bedrijven pas aandacht wanneer de problemen zichtbaar worden. Zonde, vindt Roy Nieuwenhuis, adviseur en nutritionist bij Coops Mengvoeders. “Klauwproblemen, daar word je niet gelukkig van. Ze kosten rendement en zorgen voor extra werk. Terwijl een zeug die goed op de benen staat, beter presteert.”
Volgens Nieuwenhuis is goed beenwerk een belangrijke voorwaarde om het maximale uit een zeugenstapel te halen. Een zeug die zich gemakkelijk kan bewegen, staat vanzelf op, vreet beter en start beter op na het werpen. “Als ze goed op de benen staat, blijft ze beter vreten en komt ze het dichtst bij haar genetische potentie. Belangrijk voor deze worp en de volgende. In de kraamstal bereidt de zeug zich immers al voor op de volgende worp.”
De aandacht voor functionele zeugen van Nieuwenhuis hoort bij zijn vak, maar komt mede voort uit zijn eerdere werkzaamheden bij Next Genetix. Bij het selecteren van zeugen keek hij vooral naar praktische kenmerken.
“Vreten ze goed? Is het interval tussen spenen en dekken goed? Komen ze na het werpen weer snel en soepel op de been? Houden ze veel biggen aan de uier? Dat zijn eigenschappen die veel zeggen over de levensduur en het rendement van een zeug.”
Toch staat klauwgezondheid lang niet altijd bovenaan de prioriteitenlijst van varkenshouders. “Als je vraagt wat er beter kan op een bedrijf, noemen ze het voorkomen van kreupelheid meestal niet als eerste.”
Basis wordt gelegd in de opfok
De basis voor gezonde klauwen en sterk beenwerk wordt volgens Nieuwenhuis al in de opfok gelegd. Alleen gelten die goed op de benen staan, zijn volgens hem geschikt om aan te dekken. “Onderweg zag ik in het verleden bij zeugenhouders geregeld gelten waarvan de klauwen niet helemaal goed ontwikkeld waren of waar iets aan mankeerde. Zodra ze eenmaal productief zijn, is er eigenlijk geen gelegenheid meer om dat te herstellen.”
Hij benadrukt dat een goede klauwopbouw belangrijk is om problemen te voorkomen. “Wanneer een zeug aan één kant pijn heeft, gaat ze compenseren met de andere kant. Dat leidt uiteindelijk vaak tot onbalans en pijnlijke gewrichten, met als gevolg kreupele zeugen.”
Een gelijkmatige groei in de opfok is daarbij essentieel. “Vanaf het spenen moet de groei in een rechte lijn gaan. In de praktijk zie je vaak onregelmatigheden. Een periode van mindere groei wordt gecompenseerd met snelle groei. Dat werkt osteochondrose in de hand. Bot en kraakbeen ontwikkelen zich dan niet goed. Dit werkt beenwerkproblemen in de hand en zorgt dus voor een groter risico op kreupelheid.”
Voeding speelt een essentiële rol bij de ontwikkeling van gezonde klauwen in de opfok. Voldoende calcium en fosfor zijn noodzakelijk voor een goede skeletontwikkeling, terwijl vitaminen, mineralen en spoorelementen bijdragen aan een gezonde klauwvorming. Coops Mengvoeders verstrekt in de opfokfase bij veel van haar klanten spoorelementen in chelaatvorm van Zinpro. Dit betekent dat elementen als zink, koper en mangaan, die belangrijk zijn voor de klauwvorming, beter kunnen worden opgenomen door het lichaam en zo terechtkomen waar ze moeten terechtkomen: in de klauw. Volgens Nieuwenhuis werkt dit in de praktijk positief uit. “Onze uitval ligt onder het Nederlands gemiddelde, maar eigenlijk moet je naar de levensduur van zeugen kijken om het effect goed te beoordelen.”
Controle kost tijd
Klauwproblemen signaleren en behandelen blijft in de praktijk lastig. “Controle van klauwen kost een zeugenhouder voor het gevoel simpelweg te veel tijd. Je hebt maar zoveel uur in een dag en daarin moet veel gebeuren.”
Er zijn tegenwoordig ook behandelboxen beschikbaar waarin zeugen kunnen worden bekapt. Op zich een goede ontwikkeling, vindt Nieuwenhuis. “Het kan het voorkomen van kreupelheid en het aanpakken van problemen vergemakkelijken. Toch ben ik bang dat tijd ook hierin voor veel zeugenhouders de beperkende factor is. Anders had iedereen zo’n ding wel staan. Controle van klauwen en het aanpakken van problemen kosten simpelweg veel arbeid.”
Huisvesting heeft grote invloed
Niet op elk bedrijf komt kreupelheid even vaak voor. Nieuwenhuis ziet duidelijke verschillen tussen bedrijven. Huisvesting is een van de belangrijkste factoren die bepalen of er veel of weinig klauwproblemen zijn op een bedrijf. “De vloer is niet altijd ideaal. Scherpe randjes of uitstekende delen kunnen snel schade veroorzaken.”
Ook een natte omgeving verhoogt het risico op aandoeningen. “Natte hokken geven meer kans op kroonrandontstekingen. Gelukkig zien we dat tegenwoordig niet meer zo veel. Nu zijn het vooral problemen met witte lijndefecten die kreupelheid veroorzaken.”
Stress en gedrag in de groep zijn andere factoren die invloed hebben op de klauwen. Mengen en verplaatsen kunnen onrust en rangordegevechten geven. “Zeugen die in een groep al wat kreupel zijn, zijn dan al snel het pispaaltje en komen niet meer mee met de rest”, ziet Nieuwenhuis in de praktijk.
Meer aandacht voor klauwgezondheid
Nieuwenhuis vindt het belangrijk om klauwgezondheid meer op de kaart te zetten. Hij kent onderzoeken waaruit blijkt dat een slechte klauwgezondheid direct invloed heeft op de productiviteit en de levensduur van een zeugenstapel.
Een van de initiatieven die hij daartoe neemt, is het organiseren van een bijeenkomst met een aantal zeugenhouders komend najaar. Dat doet hij samen met dierenarts Marrina Schuttert van De Varkenspraktijk en met steun van Zinpro. Daarbij wil Nieuwenhuis ervaringen uitwisselen en vanuit verschillende invalshoeken kijken welke maatregelen mogelijk zijn om de klauwgezondheid verder te verbeteren.
Adviseur én nutritionist
Het team van Coops Mengvoeders is actief in Nederland en Duitsland en onderscheidt zich volgens Nieuwenhuis door de combinatie van praktijkbegeleiding en voedingsexpertise. Zelf is hij zowel productspecialist varkens als nutritionist. Dat geldt ook voor zijn collega Sander Scharenborg. Stalnutritie biedt veel voordelen, vindt Nieuwenhuis. “Een nutritionist ziet normaal gesproken de dieren niet. Wij wel. Ik zie de varkens, pas zelf het rantsoen aan en kijk vervolgens of het in de praktijk werkt. Samen met de andere teamleden werken we zo continu aan het verbeteren van de rantsoenen voor de klanten.”
De combinatie van stal en nutritie past volgens Nieuwenhuis heel goed in de huidige tijd. “Het is meer dan ooit belangrijk om de dieren met eigen ogen te zien. Genetica en diergezondheid ontwikkelen zich snel. In veel gevallen loopt de praktijk zelfs voor op het onderzoek.”
Maatwerk door slimme walstechniek
Een groot deel van de voeders wordt geproduceerd in Halle, waar Coops beschikt over een vernieuwde fabriek met een unieke walstechniek. De installatie heeft grove en fijne rollen. Hierdoor kan elke grondstof door de meest geschikte wals lopen. De machine past automatisch de afstand tussen de rollen aan op basis van de grondstof die erdoorheen gaat. Zo wordt elke grondstof op de juiste manier gewalsd.
Daarnaast heeft elke rol een eigen motor. Hiermee kan de snelheid per rol apart worden ingesteld. Dat maakt het mogelijk om de structuur van het voer heel precies af te stemmen op de grondstof, de voersoort en de diergroep waarvoor het voer bedoeld is. Op deze manier kan de mengvoerleverancier niet alleen per diersoort, maar zelfs per klant bepalen welke voerstructuur het beste past.
Coops heeft ook een locatie in Winterswijk. Deze is eveneens uitgerust met de walstechniek. Daarnaast wordt hier ook dierlijk eiwit ingezet. “Dat is een mooie eiwitbron, vooral voor jonge dieren. Je kunt sneller omhoog in eiwitniveau en sluit beter aan bij de behoefte van jonge biggen. Daarnaast zien we ook bij de zeugen goede, stabiele resultaten bij de inzet van dierlijk eiwit, in de dracht en zeker tijdens de lactatie.”
Iedereen profiteert van gezondere klauwen
Terug naar de klauwgezondheid. Een onderwerp dat bij Nieuwenhuis hoog op de agenda staat en waarop hij zowel in de stal als in de rantsoensamenstelling alert is. “Vaak zijn ondernemers er niet dagelijks mee bezig, terwijl het veel invloed heeft op het rendement. Een zeug die zonder moeite opstaat, goed blijft vreten en zich gemakkelijk kan verplaatsen, produceert beter en heeft simpelweg meer kans om oud te worden in de stal. Het maakt ook het werk in de stal gemakkelijker. Iedereen profiteert van gezondere klauwen: de zeug, de zeugenhouder én de medewerkers. Met als uiteindelijk resultaat een stabiele, duurzame productie.”
Roy Nieuwenhuis, adviseur en nutritionist bij Coops Mengvoeders.

Tekst: Gerben Hofman
Beeld: Twan Wiermans en Gerben Hofman





