Vanaf 6 mei 2026 opent opnieuw de Flex-E subsidie voor flexibel elektriciteitsverbruik. Met deze regeling kun je als (agrarisch) ondernemer 40 procent subsidie krijgen op investeringen in flexibiliteitsmaatregelen. Het minimale subsidiebedrag bedraagt 25.000 euro en kan oplopen tot 50.000 euro. De regeling loopt tot en met 15 oktober 2026 en heeft een totaalbudget van 16,1 miljoen euro.
De subsidie is bedoeld voor bedrijven met een grootverbruikaansluiting (groter dan 3×80 ampère) die zijn beperkt door netcongestie en binnen hun bestaande aansluiting meer ruimte willen creëren.
Nieuw in 2026: bredere toegang en hoger subsidiepercentage
Ten opzichte van vorig jaar zijn er een aantal belangrijke wijzigingen. Alle grootverbruikers komen nu in aanmerking, ongeacht het gecontracteerde vermogen. Daarnaast is het subsidiepercentage verhoogd van 35 naar 40 procent. Daarmee is de regeling financieel aantrekkelijker, al ligt de ondergrens met 25.000 euro subsidie (en dus 62.500 euro aan investering) ook hoger, aldus DLV Advies.
Flexibiliteit als oplossing voor netcongestie
“Flex-E draait niet om minder energie gebruiken, maar om slimmer omgaan met wanneer je energie gebruikt,” vertelt Wouter Lampert, projectleider Energie bij DLV Advies. “Door pieken af te vlakken en processen beter te spreiden, ontstaat er binnen je bestaande aansluiting vaak meer ruimte dan je vooraf verwacht.” Volgens Wouter zit de kracht van de regeling vooral in het combineren van inzicht en uitvoering. “Je krijgt niet alleen subsidie op de investering zelf, maar ook op het voortraject. Daardoor kun je eerst goed laten doorrekenen wat technisch en financieel slim is, voordat je stappen zet.”
Wat maakt Flex-E interessant?
“Wat we in de praktijk zien, is dat ondernemers vaak wel voelen dat er ruimte zit in hun energiegebruik, maar niet precies weten waar,” legt Wouter van DLV Advies uit. “Met Flex-E maak je dat concreet.” Hij benoemt de belangrijkste voordelen:
- Je krijgt inzicht in welke flexibiliteit binnen je bedrijf mogelijk is
- Je ontvangt subsidie op de analyse én de uitwerking
- Je krijgt ondersteuning bij de daadwerkelijke realisatie
- Je werkt tegelijk aan een toekomstbestendige bedrijfsvoering
Vier onderdelen binnen één regeling
De subsidie is opgebouwd uit vier onderdelen die afzonderlijk of na elkaar kunnen worden aangevraagd.
Onderdeel A – Flexibiliteitsscan
Subsidie: 50 procent van de kosten, tot maximaal 10.000 euro. “Dit is vaak de eerste stap,” zegt Wouter. “Je brengt je huidige energiegebruik, pieken en kosten in kaart en krijgt inzicht in waar kansen liggen.” De scan geeft onder andere inzicht in het huidig energiegebruik en piekbelasting, energiebesparingsmogelijkheden, kansen voor opwek en opslag en de prestaties van bestaande installaties zoals een accu.
Onderdeel B – Haalbaarheidsstudie
Subsidie: 50 procent van de kosten, tot maximaal 125.000 euro. “In deze fase ga je echt de diepte in,” aldus Wouter. “Je laat technisch en financieel uitwerken wat een maatregel oplevert en wat ervoor nodig is.” Dit onderdeel is met name interessant voor grotere of complexere projecten, zoals geothermie of uitgebreide energiesystemen.
Onderdeel C – Realisatie zonder CBC-contract (nieuw)
Subsidie: 40 procent van de kosten, tot maximaal 50.000 euro. Nieuw in 2026 is dat bepaalde maatregelen ook zonder congestiemanagementcontract (CBC) mogelijk zijn. “Dit verlaagt de drempel behoorlijk,” legt Wouter uit. “Je kunt bijvoorbeeld een accu plaatsen zonder contract met de netbeheerder, zolang de omvormercapaciteit maximaal 99 kW is.”
Onderdeel D – Realisatie met CBC-contract
Subsidie: 40 procent van de kosten, tot maximaal 50.000 euro. Voor grotere maatregelen blijft een CBC-contract verplicht. “Hier is wel iets veranderd,” zegt Wouter. “Het contract moet nu specifiek op afname zijn. Vorig jaar was teruglevering nog voldoende.”
Wat komt wel en niet in aanmerking?
De subsidie is bedoeld voor investeringen die direct bijdragen aan flexibel elektriciteitsgebruik, zoals:
- Energieopslag (accu’s)
- Aanpassingen in bedrijfsprocessen
Kosten voor eigen personeel, beheer en onderhoud vallen buiten de regeling. Daarnaast kunnen alleen bedrijven met een eigen aansluit- en transportovereenkomst (ATO) een aanvraag doen, aldus DLV Advies.
Flex-E traject
“Een Flex-E traject is geen standaard subsidieaanvraag,” zegt Wouter. “Je moet technisch onderbouwen wat je gaat doen en vaak ook afstemmen met de netbeheerder. Daarnaast komt er na toekenning nog een stuk uitvoering en verantwoording bij kijken.” Juist daarom kiezen veel ondernemers voor begeleiding: “Je krijgt inzicht in wat echt haalbaar is, wat het financieel betekent en hoeveel ruimte je daadwerkelijk kunt creëren binnen je aansluiting.” De regeling opent begin mei 2026 en werkt op volgorde van binnenkomst.
Bron: DLV Advies




