Het maandsaldo van vleesvarkensbedrijven stond in het voorjaar van 2026 verder onder druk. Na een negatief saldo van ongeveer 1.500 euro per bedrijf in januari liep het verlies op tot 16.200 euro in mei. Dit was het laagste niveau van het afgelopen anderhalf jaar. De cijfers zijn gebaseerd op een standaardbedrijf met gemiddeld 4.800 vleesvarkens.
Opbrengsten onder druk door stabiele varkensprijzen
De opbrengsten verbeterden in het eerste kwartaal nog door hogere vleesvarkensprijzen. De prijs van vleesvarkens steeg van 1,30 euro per kg in januari 2026 tot 1,51 euro per kg in april 2026. In mei 2026 daalde de prijs naar 1,40 euro per kg. Hierdoor namen de opbrengsten af van 199.500 euro per maand in april naar 185.000 euro per maand in mei. De gebruikelijke seizoensmatige prijsstijging in het voorjaar bleef dit jaar grotendeels uit. De vleesafzet verliep moeizaam en de vraag vanuit de barbecue- en zomermarkt kwam trager op gang dan gebruikelijk. Daarnaast bleef de concurrentie op de Europese vleesmarkt groot.
Voerkosten namen verder toe
De voerkosten stegen gedurende het voorjaar van 2026 verder. De prijs van vleesvarkensbrok nam toe van 27,75 euro per 100 kg in januari tot 28,90 euro per 100 kg in mei. Hierdoor liepen de voerkosten in dezelfde periode op van 97.900 euro tot ruim 101.800 euro per maand. De overige toegerekende kosten bleven relatief stabiel.

Lagere biggenkosten onvoldoende om verlies te beperken
De aankoopkosten van biggen namen in mei 2026 af doordat de biggenprijs terugviel van ruim 64 euro per big in april naar 55 euro in mei. Deze prijsdaling volgde op een afnemende exportvraag, met name vanuit Spanje, en een ruimer aanbod aan biggen. De lagere oplegkosten konden de daling van de vleesvarkensopbrengsten en de hogere voerkosten niet compenseren.
Marges staan nog steeds onder druk
De vleesvarkensmarkt werd in het voorjaar van 2026 gekenmerkt door stabiele tot licht dalende varkensprijzen, een moeizame vleesafzet en toenemende Europese concurrentie. Hoewel het aanbod van slachtrijpe varkens in de loop van mei wat krapper werd, leidde dit nog niet tot een duidelijk prijsherstel. Het voortschrijdend jaarsaldo bleef daardoor onder druk staan en lag onder het langjarig gemiddelde.

Bron: Agrimatie




