GD Veekijker werd door de praktiserend dierenarts uitgenodigd op een varkensbedrijf omdat er varkens rondliepen met een abces aan de onderkaak. Het is niet met zekerheid te zeggen, maar vervuilde voerleidingen zouden aan de basis van het probleem kunnen liggen. Na grondige reiniging van de voerleidingen kwamen de kaakabcessen niet meer voor én was een staartbijtuitbraak onder controle.
Op een middelgroot gesloten varkensbedrijf werden tijdens meerdere bedrijfsbezoeken opvallende abcessen aan de onderkaak gezien. Steeds ging het om ongeveer vijf varkens van circa 75 kilogram met een eenzijdige zwelling ter grootte van een meloen. De dieren vermagerden niet en er was geen uitval, maar de omvang van de abcessen wees wel op ongemak. Na het draineren van het abces herstelden de dieren.
Waarschijnlijk geen Fox parvovirus
Omdat op het bedrijf eerder verschijnselen waren gezien die konden passen bij Fox parvovirus, vroeg de dierenarts zich af of er mogelijk een verband was. Volgens de Veekijker passen dergelijke eenzijdige kaakabcessen echter niet bij het bekende ziektebeeld van Fox parvovirus. Bij zwellingen rond de onderkaak moet eerder worden gedacht aan bijvoorbeeld trauma of een ontsteking van een kieswortel. Pathologisch onderzoek had meer duidelijkheid kunnen geven, maar werd in dit geval niet uitgevoerd.
Problemen verdwenen na grondige evaluatie
Naast de kaakabcessen kreeg het bedrijf te maken met een ernstige uitbraak van staartbijten. Dat was aanleiding om het volledige management onder de loep te nemen, waaronder drinkwater, voer, huisvesting en diermanagement.
Bij het reinigen van de voerleiding kwam een opvallende hoeveelheid aangekoekt en beschimmeld voer vrij. Achteraf bleek dat in dezelfde periode ook sprake was geweest van een verlaagde voeropname.
Na het grondig reinigen van de installatie werden zowel het staartbijten als de kaakabcessen niet meer waargenomen.
Oude voerresten kunnen meer gevolgen hebben dan gedacht
Een direct oorzakelijk verband is in deze casus niet bewezen. Toch is het aannemelijk dat het voer regelmatig werd verontreinigd door oude en beschimmelde resten in de voerleiding. Dat kan de geur en smakelijkheid van het voer verminderen en daarmee de voeropname drukken.
Varkens die onvoldoende voer opnemen terwijl ze wel honger ervaren, kunnen ongemak en frustratie ontwikkelen. Dat vergroot het risico op ongewenst gedrag, waaronder bijtgedrag. Trauma als gevolg van dergelijk gedrag zou mogelijk ook een rol kunnen spelen bij het ontstaan van sommige abcessen.
De casus onderstreept daarmee het belang van regelmatige controle en reiniging van voerleidingen en voersystemen. Een onverwachte daling in voeropname kan daarom een aanwijzing zijn dat de hygiëne van de voerinstallatie acuut aandacht nodig heeft.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: beeldarchief Prosu BV (ter illustratie)




