Van de Nederlanders die aangeven de Partij voor de Dieren aan te hangen, eet 67 procent vlees. Daarmee ligt de vleesconsumptie binnen deze groep duidelijk lager dan bij aanhangers van andere politieke partijen, maar toch eet een meerderheid vlees. Dat blijkt uit het Nationaal Vleesonderzoek 2026, waaraan 2.606 Nederlanders deelnamen.
Vleesconsumptie bij vrijwel alle politieke voorkeuren hoog
In het Nationaal Vleesonderzoek is de vraag ‘Eet u vlees?’ onder meer uitgesplitst naar de politieke partij die respondenten aanhangen. De verschillen tussen de partijen zijn groot, maar bij iedere politieke groep geeft een meerderheid aan vlees te eten.
De Partij voor de Dieren wijkt daarbij het sterkst af van de overige partijen. Van de PvdD-aanhang zegt 67 procent vlees te eten en 33 procent geen vlees te eten. Bij Pro (GroenLinks/PvdA), eet 86 procent vlees. Onder D66-aanhangers bedraagt dit aandeel 95 procent. Bij SP en DENK is dat 96 procent.
Bij verschillende andere politieke groepen komt het aandeel vleeseters nog dichter bij 100 procent. Onder PVV-, BBB- en JA21-aanhangers ligt het aandeel volgens het onderzoek op 98 procent of hoger. Bij VVD en CDA is dat 99 procent. De verschillen naar politieke voorkeur zijn in het onderzoek statistisch significant (P<0,05).
Smaak belangrijke reden om vlees te eten
Het onderzoek kijkt niet alleen óf Nederlanders vlees eten, maar ook waarom. Smaak is daarbij de meest genoemde reden. Van alle vleesetende respondenten noemt 74 procent in 2026 ‘ik vind het lekker’ als reden om vlees te eten. Andere genoemde redenen zijn onder meer het binnenkrijgen van voedingsstoffen, de voorkeur voor vlees boven vegetarische of veganistische gerechten, gezondheid, gewoonte en gemak.
Ook deze resultaten zijn uitgesplitst naar politieke voorkeur. Onder aanhangers van de Partij voor de Dieren die vlees eten, noemt 63 procent smaak als reden voor de vleesconsumptie. Bij GroenLinks/PvdA is dat 75 procent. FVD- en VVD-aanhangers scoren met ieder 78 procent het hoogst op deze reden.
Daarmee is smaak volgens het onderzoek ook onder vleesetende PvdD-aanhangers een veelgenoemd motief.
PvdD-aanhang mindert vaker met vlees
Dat een meerderheid van de PvdD-aanhang vlees eet, betekent niet dat het eetpatroon binnen deze groep gelijk is aan dat van andere politieke groepen. Dat wordt zichtbaar bij de respondenten die aangeven hun vleesconsumptie ten opzichte van een jaar eerder te hebben verminderd.
Van de 645 respondenten die minder vlees zijn gaan eten, is eveneens een uitsplitsing naar politieke voorkeur gemaakt. Bij PvdD-aanhangers binnen deze groep zegt 70 procent minder vlees te eten en 30 procent veel minder vlees. In de grafiek wordt voor deze groep geen aandeel weergegeven dat helemaal met vlees is gestopt. Het rapport merkt daarbij op dat PvdD-aanhangers binnen de groep die mindert relatief vaak hun vleesconsumptie sterk hebben teruggebracht.
In de totale onderzoeksgroep verlopen veranderingen in vleesconsumptie volgens het onderzoek vooral geleidelijk. In 2026 geeft 67 procent aan ongeveer evenveel vlees te eten als een jaar eerder. 23 procent eet minder vlees en 3 procent veel minder. Volledig stoppen met vlees eten komt in deze vergelijking nauwelijks voor.
Het algemene beeld uit het Nationaal Vleesonderzoek is dan ook dat vlees breed onderdeel blijft van het Nederlandse voedingspatroon. In de conclusies van het onderzoek staat dat circa 95 procent van de Nederlanders vlees eet. Minder vlees eten komt volgens de onderzoekers aanzienlijk vaker voor dan volledig stoppen met vlees.
Auteur: Meike Wittenhorst
Beeld: Prosu Beeldarchief




