Biggen die bij de geboorte achterlopen in lichaamsgewicht vallen op latere leeftijd eerder uit als fokzeug, blijkt uit onderzoeksresultaten van Next Genetix PIC-NL. Door enkel de beste fokzeugen op te fokken, voorkom je dus tegenslagen op de lange termijn. Ook met data kan er op een gezonde geltengroep worden gestuurd. Dit kwam aan de orde tijdens de studiebijeenkomst Geltenopfok in Markelo, georganiseerd door Porcbusiness, Next Genetix PIC-NL, Coöperatie VARKENSARTSEN en NUVAN.
“Het opfokken van dieren is een kostbare hobby. Biggen die het toch al niet gaan maken, selecteer je daarom liever op jonge leeftijd al uit”, vertelt Otto Offenberg van Next Genetix PIC-NL. “Uit onderzoek is gebleken dat dieren die bij de geboorte al een lager lichaamsgewicht hebben, eerder uitvallen. Ze trekken qua kilo’s lichaamsgewicht wel bij, maar zullen nooit een topzeug worden. Een goede fokzeug ontmoet je dus al bij haar eigen geboorte.”
‘Selecteer de beste biggen voor de opfok’ luidt dan ook het advies van Next Genetix PIC-NL. Belangrijk hiervoor is het opvolgen van het lichaamsgewicht vanaf de geboorte. “De meeste varkenshouders die doen aan selectie en wegen de dieren tijdens de hergroepering. Je hebt de dieren dan toch al in de hand. Naast het feit dat je zo meer data tot je beschikking krijgt, worden de dieren socialer en flexibeler. Tijdens inseminatie en dracht levert contact met mensen dan minder stress op.”
Minimaal 13 millimeter
Onder de meetmomenten is minimaal dertien millimeter spek bij gelten voor inzet een belangrijke waarde om te voorspellen of het dier voldoende kracht in zich heeft voor meerdere, succesvolle worpen.
Vroeg selecteren
Daarnaast kunnen afwijkingen zo al op jonge leeftijd worden uitgeselecteerd. Dierenarts Klaas Visscher van Coöperatie VARKENSARTSEN keek met de aanwezigen naar de meest voorkomende oorzaken van verminderd beenwerk, wat vaak de reden is van uitval onder jonge fokzeugen.
“Uiteraard zijn er infectieuze redenen voor beenwerkproblemen”, aldus Visscher. “Aanpak daarvan heeft topprioriteit en is maatwerk. In de praktijk zien we in geltenopfok gelukkig niet veel uitdagingen met pootproblemen, bijvoorbeeld door vlekziekte, streptokokken of de Ziekte van Glässer.”
2x keer minder kans op uitval
Ook uit de beenstand kan op jonge leeftijd al informatie worden gehaald. De dierenarts scoorde op praktijkbedrijven de beenstand van gelten voor inzet. Een groot deel van de zeugen die vroegtijdig uitviel, had al een verkeerde stand als gelt. Met goed beenwerk was de kans op sterfte als zeug maar liefst twee keer zo klein, bleek uit deze metingen. “Dit is belangrijke informatie, want hier kunnen we verder mee in de selectie”, aldus Visscher.
Camera’s inzetten
Ook vanuit de geneticabedrijven wordt hier met data op ingesprongen. “Geschikte moeder- en vaderlijnen werden altijd al geselecteerd op beenstand”, aldus Offenberg. “Maar tegenwoordig kan de volledige lichaamshouding en gang worden gescoord met behulp van camera’s. Vanaf honderd kilogram lichaamsgewicht kunnen we zien of een varken qua lichaamsbouw aan bepaalde fokdoelen voldoet, zoals een zwaardere ham bij eindberen voor de productie van parmaham. Ook kunnen eventuele afwijkingen worden opgespoord. Naar verwachting zal het gebruik van camerasystemen over enkele jaren ook op praktijkbedrijven worden toegepast om fokzeugen te kunnen selecteren.”
Resilience
Het doel van geltenopfok is zorgen voor goed presterende zeugen. Volgens varkensarts Klaas Visscher is ‘resilience’ hierin een sleutelwoord. Dit houdt in dat gelten goed om kunnen gaan met verstoringen en veranderingen die ze later als zeug zullen tegenkomen.
“Een mooi voorbeeld van resilience is het gedrag van gespeende biggen op het moment dat je de gespeende biggenafdeling oploopt. De dieren rennen even van je af, maar komen ook snel weer terug”, vertelt Visscher.
Dit wil je ook terugzien bij zeugen: dieren kunnen goed omgaan met stressmomenten en eventuele infecties, zodat de impact daarvan zo klein mogelijk is. Om veerkrachtige dieren te krijgen is het opfokproces van groot belang. In deze periode worden dieren door middel van vaccinatie en adaptatie voorbereid op introductie in de zeugenstapel.
Uit onderzoek is bekend dat dieren die opgegroeid zijn in een omgeving met veel hokverrijking beter om kunnen gaan met infectieziekten. De uitdaging is dan ook om alle facetten in de opfok goed uit te voeren.
“Dit vraagt om maatwerk binnen je bedrijf. Kijk naar de ruimte en mogelijkheden die je tot je beschikking hebt. Denk daarbij KISS: Keep It Safe and Simple. Door te kiezen voor een eenvoudig systeem, kun je het op je hele bedrijf toepassen en volhouden. En alleen dan kun je goed evalueren of aanpassingen echt wat doen voor je zeugen op de lange termijn.”
Tekst: Kim Sjoers




