Ook in landen met relatief veel grond per dier speelt mestproblematiek. Dat bleek tijdens de conferentie ManuREsource begin maart in Ede. Daar ging Erik Sindhöj van onderzoeksinstituut RISE in op de situatie in Zweden.
Sindhöj doet onderzoek naar efficiënt gebruik van nutriënten uit dierlijke mest en andere organische reststromen. Hoewel Zweden minder intensieve veehouderij kent dan Nederland of Vlaanderen, ontstaan er toch regionale verschillen. De dierlijke productie is ongelijk verdeeld over het land. In sommige gebieden is sprake van een overschot aan nutriënten, terwijl andere regio’s juist tekorten kennen, bijvoorbeeld aan fosfor.
Fosfaat als bepalende factor
Volgens Sindhöj ligt de nadruk in het Zweedse mestbeleid niet op stikstof, maar op fosfaat. Omdat fosfor zich ophoopt in de bodem en minder snel uitspoelt dan stikstof, bepaalt het fosfaatgehalte vaak hoeveel mest er mag worden uitgereden.
Dat betekent dat de gebruiksruimte voor mest niet alleen afhankelijk is van de gewasbehoefte, maar ook van de bestaande bodemvoorraad. In de praktijk kan dit ertoe leiden dat bedrijven meer grond nodig hebben om hun mest kwijt te kunnen.
Regionale verschillen vragen om oplossingen
De ongelijke verdeling van veehouderij zorgt ervoor dat nutriënten niet overal optimaal worden benut. In gebieden met veel veehouderij ontstaat een overschot, terwijl akkerbouwregio’s juist behoefte kunnen hebben aan organische mest.
Volgens Sindhöj wordt het verbeteren van nutriëntenbenutting op bedrijfsniveau steeds belangrijker, maar is dat alleen niet voldoende. Er zijn ook oplossingen nodig op regionaal niveau.
Verplaatsen en concentreren van nutriënten
Daarom wordt in Zweden gekeken naar meer circulaire oplossingen, zoals mestscheiding, het concentreren van fosforrijke fracties en transport van nutriënten naar gebieden met tekorten. Door mest te scheiden in verschillende fracties, kan het transport efficiënter worden georganiseerd en kunnen nutriënten gerichter worden ingezet.
Efficiëntie centraal in onderzoek
Onderzoek van RISE richt zich sterk op het verhogen van de efficiëntie van nutriëntengebruik. Dat betekent betere benutting van stikstof en fosfaat uit mest, minder verliezen naar het milieu hogere verwaarding van mest als grondstof. Volgens Sindhöj ligt hier een belangrijke sleutel voor duurzaam mestbeheer in de toekomst.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: Pixabay




