Doordat tomen steeds groter worden, daalt het geboortegewicht en is er soms ook een grote variatie in het geboortegewicht van biggen in dezelfde toom. Dit heeft een negatieve impact op de groei, sterfte en vlees- en karkaskwaliteit. Bestaand onderzoek suggereert dat de verschillen in geboortegewicht al tijdens de vroege fase van de dracht ontstaan.
Bovendien zou de status van de zeug tijdens de ovulatie, en de impact daarvan op een goede rijping van eicellen, een rol kunnen spelen in hoe embryo’s zich ontwikkelen. Welk voeder zeugen krijgen in de periode rond de bronst zou dus een impact kunnen hebben op de reproductieve prestaties. Dit werd onderzocht door een team wetenschappers van de overheidsinstelling Agriculture and Agri-food Canada.
Rond de ovulatie krijgt het lichaam van de zeug te maken met oxidatieve stress. Dit wil zeggen dat er te veel agressieve moleculen, zogenaamde vrije radicalen, vrijkomen. Ze zorgen voor schade aan cellen en versnellen het verouderingsproces. De vrije radicalen kunnen geneutraliseerd worden door antioxidanten, die aanwezig zijn in of aangemaakt kunnen worden met behulp van vitaminen en sporenelementen.
De onderzoekers wilden te weten komen of de toevoeging van vitaminen en sporenelementen boven de nutritionele behoefte van de zeug een impact zou hebben op de reproductie. De supplementen werden enkel aangeboden in de korte periode rond de bronst. 74 zeugen kregen ofwel een normaal voeder voor de dracht, ofwel een voeder waaraan hoge concentraties van koper, mangaan, selenium en vitamine A, B6, C en E werd toegevoegd. Acht dagen voor en één en vijf dagen na de bronst werden er bloedstalen genomen bij de zeugen. In het plasma onderzocht men de concentraties van de vitamines en sporenelementen. Ook werden de oxidatieve stress en antioxidanten gemeten. Daarnaast evalueerden de onderzoekers de reproductieve prestaties van de zeugen.
De supplementen in het voeder hadden geen effect op de reproductie. Ook waren de waardes van vitamine A en koper gelijk in de verschillende bloedstalen. Wel toonden de resultaten een hogere nood aan voor selenium en vitamine B6 in de periode rond de bronst.
Samenstelling: Maarten Ceyssens





