Polen haalt aanzienlijk meer varkensvlees uit het buitenland dan het zelf exporteert. Tussen juli 2025 en mei 2026 bedroeg de gemiddelde maandelijkse import ongeveer 58.200 ton, tegenover een export van gemiddeld 30.920 ton. Daarmee lag de import circa 88 procent hoger dan de uitvoer.
Denemarken is de belangrijkste leverancier. Gemiddeld kwam maandelijks 18.300 ton Deens varkensvlees het land binnen, goed voor ongeveer 30 procent van de totale Poolse import. Ook België, Duitsland, Spanje en Nederland leveren aanzienlijke volumes.
De groeiende afhankelijkheid van import hangt samen met structurele veranderingen in de Poolse varkenshouderij sinds de verspreiding van Afrikaanse varkenspest. Een deel van de varkenshouders is gestopt of overgestapt naar andere sectoren, terwijl de vleesverwerkende industrie grote volumes grondstoffen nodig blijft houden. Polen importeert daardoor specifieke karkasdelen en grondstoffen, terwijl het tegelijkertijd andere varkensvleesproducten exporteert.
De export vertoont wel schommelingen. In april daalde de uitvoer ten opzichte van maart met 18 procent naar 25.880 ton. In mei herstelde die tot 27.940 ton. Tsjechië, Slowakije, Roemenië, Duitsland en Litouwen zijn belangrijke bestemmingen.
Poolse bedrijven proberen daarnaast meer buiten de EU af te zetten. De Filipijnen vormen een nieuwe markt en er zijn pogingen om de verkoop aan Japan en Zuid-Korea uit te breiden. Veterinaire eisen, AVP-gerelateerde beperkingen, logistieke kosten en stevige internationale concurrentie maken dat echter lastig.
Tekst & Beeld: Gerben Hofman





