Het meest voorkomende tekort aan micronutriënten bij jonge varkens is een gebrek aan ijzer. Door eetbare insecten aan het voeder toe te voegen, zou dit tekort tegengegaan kunnen worden. Die voedselbron is immers rijk aan mineralen en eiwitten. Bovendien kunnen de insecten duurzaam geproduceerd worden. De larven van de zwarte soldaatvlieg zijn in het bijzonder interessant, omdat ze gekweekt worden op reststromen van de landbouw en de reststromen omzetten in een hoogwaardige bron van eiwitten, ijzer en calcium.
Een team onderzoekers van Wageningen University & Research en de Spaanse University of Ovieda ging na hoe hoog de biotoegankelijkheid van mineralen is in de larven van de zwarte soldaatvlieg. Met biotoegankelijkheid bedoelt men de verhouding tussen de totale aanwezige nutriënten in een voedingsmiddel en de hoeveelheid die oplosbaar wordt tijdens de vertering (en dus kan worden opgenomen door de darmen). Het percentage kan berekend worden door in het labo het verteringsproces na te bootsen. In deze studie lag op focus op de biotoegankelijkheid van de mineralen ijzer, calcium, zink en magnesium.
Om de voedselveiligheid te kunnen garanderen, moeten insectenlarven geblancheerd of gepasteuriseerd worden vooraleer ze aan het varkensvoeder toegevoegd mogen worden. Het team onderzocht welk effect blancheren had op de biotoegankelijkheid van de mineralen. Daarnaast wilde men ook te weten komen of de voedselbron van de larven een effect had. Sommige larven werden daarom gekweekt op een voeder dat verrijkt werd met ijzer.
Het ijzergehalte in de larven steeg wanneer zij een ijzerrijk dieet hadden gekregen, maar de biotoegankelijkheid van het mineraal lag lager. Terwijl de biotoegankelijkheid bij larven met een normaal voeder ongeveer vijftig procent bedroeg, was dat bij de larven met een ijzerrijk dieet slechts 25 procent. Dit lagere percentage is vooral te verklaren door een grote verhoging van het ijzergehalte dat aanwezig is in de larven. Niet al het extra ijzer in de larven kan ook effectief opgenomen worden tijdens het verteringsproces. Toch levert een ijzerrijk dieet nog steeds een voordeel op voor de verteerbaarheid van ijzer. Terwijl dit in larven met een normaal voeder op 0,08mg/mL lag, was dit bij larven met een ijzerrijk dieet maar liefst 0,20mg/mL.
Blancheren, dus de larven kort koken en daarna meteen afkoelen in ijswater, leverde gemixte resultaten op. De techniek had een negatief effect op de biotoegankelijkheid van ijzer, maar was wel gunstig voor de mogelijke opname van calcium en zink.
Tekst en beeld: Gerben Hofman





