Klassieke slingerziekte, veroorzaakt door het schadelijke verotoxine, is een aandoening met grote gevolgen die varkenshouders maar al te goed kennen. Hoewel de ziekte zich soms acuut manifesteert met duidelijke symptomen zoals gezwollen oogleden en wankele gang, kan het ook sluimerend aanwezig zijn. In deze verborgen vorm tast het ongemerkt de prestaties van biggen aan, met gevolgen die pas later zichtbaar kunnen worden: tragere groei, verhoogde vatbaarheid voor infecties en oplopende kosten. In dit artikel ontdekt u hoe u deze verborgen vijand herkent en aanpakt, voor gezondere dieren en een sterkere bedrijfsvoering.
Onzichtbare schade met zichtbaar verlies
Verotoxine, het toxine achter slingerziekte, is niet altijd de sluipmoordenaar die plots voor hoge sterfte zorgt in de biggenbatterij. Het effect van verotoxine is dosis afhankelijk, wat wil zeggen dat hoe meer toxine er geproduceerd wordt, des te groter het effect is. Ook zonder zichtbare zwellingen en wankele gang bij onze biggen kan ‘slingerziekte’ erin slagen om de technische en economische resultaten te ondermijnen. Het verotoxine, wat geproduceerd wordt in de darm door bepaalde types van Eschericia coli, beschadigt in de subklinische vorm nog steeds de bloedvaten van de big, wat leidt tot lekkage van vocht in weefsels, zonder dat het direct zichtbaar is voor het blote oog. Door biggen te beschermen tegen de effecten van deze toxines kunnen aanzienlijke productieverliezen en gezondheidsproblemen worden voorkomen, zoals groeivertraging, verhoogde gevoeligheid voor streptokokken en oorpuntnecrose.
Hoe ontstaat die schade precies?
De verantwoordelijke E. coli bacteriën voor slingerziekte worden verotoxine producerende E. coli (VTEC) genoemd en dragen F18- aanhechtingsfactoren. Wanneer de omstandigheden in de darm gunstig zijn voor deze bacteriën, dan gaan ze zich na aanhechting vermenigvuldigen en start de toxineproductie. De toxines worden door de darmwand opgenomen en verspreiden zich via de bloedbaan naar andere organen. Eenmaal in het lichaam richten ze zich op endotheelcellen in de bloedvaten, waar ze de eiwitsynthese blokkeren. Dit veroorzaakt celdood, verlies van vaatwandintegriteit en vochtophoping (oedeem) in verschillende organen. Bij de subklinische vorm van slingerziekte zal dit niet zichtbaar zijn met het blote oog, maar kan de toevoer van zuurstof en voedingsstoffen naar weefsels en organen sterk geremd worden met negatieve gevolgen voor de groei en gezondheid van het dier.
Productieverliezen
Naast de acute problemen met het toxine (zoals verhoogde sterfte), wordt
het verotoxine ook in verband gebracht met:
- Langzamere groei: Vaak wordt een merkbare gewichtsachterstand opgemerkt, met impact op de voederconversie en uniformiteit van de toom.
- Hogere incidentie van Streptococcus suis-infecties: Een infectie met deze VTEC wordt in vele gevallen duidelijk geassocieerd met een verhoogd voorkomen van streptokokken bij de groep. Naast de algemene aantasting van de bloedvaten, is een mogelijke weg dat de E. coli darmletsels veroorzaken, waardoor de darmwand minder goed functioneert als barrière (‘leaky gut’). Hierdoor kunnen bacteriën zoals streptokokken gemakkelijker de kans krijgen om het lichaam binnen te dringen.
- Meer antibioticagebruik: met name door bijkomstige infecties, zoals streptokokken.
- Oorpuntnecrose: Deze sterk multifactoriële aandoening wordt beïnvloed door uiteenlopende factoren. Eén van de mogelijke betrokken mechanismen is schade aan de bloedvaten in de oren, veroorzaakt door verotoxine. Interessant is dat bij dergelijke gevallen positieve effecten zijn gerapporteerd en gepubliceerd op het verminderen van oorpuntnecrose na vaccinatie gericht tegen dit verotoxine

Gevallen van oornecrose waargenomen in een koppel met een aanhoudend subklinisch probleem van oedeemziekte. Bron: HIPRA
Een brede aanpak: van voeding tot vaccinatie
Om schade door infecties met verotoxigene E. coli te beperken, is een brede preventieve aanpak mogelijk.
- Voermanagement rond en na spenen
Een gezonde darm is de eerste verdedigingslinie. Rond het spenen is het niet altijd eenvoudig die gezonde darm te behouden. Zo is het belangrijk om reeds de vaste voeropname voor spenen te stimuleren, zodat de darm al gewend is aan vast voer. Vermijd verder een opnamedip na spenen door de omstandigheden bij die overgang optimaal te houden. Hierbij denken we vooral aan opzettemperatuur, voldoende licht, bezettingsgraad, beschikbaarheid van water en voer. Bacteriën kunnen maximaal floreren in een milieu met veel eiwitten – aangezien dat niet enkel voor het varken, maar ook voor de bacterie bouwstenen zijn. Hogere eiwitgehaltes zorgen dus voor een hoge
groei, maar dus ook op meer risico op bacteriële overgroei in de darm. - Ondersteunende maatregelen via water en voer
Ook zijn additieven via het voer en drinkwater mogelijk, zoals zuren, die de darmgezondheid ondersteunen en dysbiose tegengaan - Vaccinatie: verotoxine aanpakken aan de bron!
Het is mogelijk om met VEPURED® te vaccineren en zo het verotoxine zelf te neutraliseren. Dit vaccin is gebaseerd op een toxoïd – een onschadelijk gemaakte versie van een toxine – dat de big beschermt tegen het risico op schade. Vaccinatie voorkomt klinische én subklinische schade door verotoxine en is zo in staat om:
- De groei en uniformiteit te verbeteren, zelfs op bedrijven zonder
zichtbare ziekte. Zo leidde vaccinatie in een Belgische veldstudie,
op een bedrijf zonder zichtbare ziekte, maar vt2e positief, tot meer
dan 2 kilogram meer karkasgewicht per dier bij slacht (gemiddeld),
met betere uniformiteit.1 - De incidentie van andere problemen, zoals streptokokken en
oorpuntletsels, te beperken.1 - De gebruik van antibiotica te verminderen.1
Eenvoudig opsporen met speekseltouwen: VeroCheck
Omdat subklinische VTEC-infecties geen duidelijk zichtbare signalen geeft, is actief opsporen van de ziekteverwekker belangrijk. Een praktische en diervriendelijke methode om besmetting met verotoxine-producerende E. coli op te sporen, is mogelijk met de VeroCheck kit. Biggen en vleesvarkens kauwen spontaan op deze touwen, waardoor speeksel wordt verzameld. Dit speeksel kan daarna in het laboratorium worden onderzocht op de aanwezigheid van het verotoxine-gen (vt2e) in de aanwezige bacteriën. De VeroCheck is beschikbaar via uw bedrijfsdierenarts. Informeer ernaar bij het volgende bedrijfsbezoek en zet zo een stap naar meer controle en minder onzichtbare verliezen.

Samenvattend
Heeft u geen klassieke slingerziekte op uw bedrijf, maar wél last van groeivertraging, oorpuntnecrose, streptokokkenproblemen of een verhoogd antibioticumgebruik? Dan kan verotoxine ongemerkt een flinke verliespost zijn. Naast goede managementmaatregelen kan vaccinatie met een recombinant verotoxine-toxoïd een doeltreffende manier zijn om deze verborgen schade te voorkomen. Door deze stille boosdoener gericht aan te pakken, zet u een slimme stap richting gezondere dieren en betere resultaten.
Referenties van studies worden allen vermeld in dit overzichtsartikel:
1 Hernandez-Garcia, J., Ballarà Rodriguez, I., Jordà Casadevall, R., Bruguera, S., Llopart, D., & Barba-Vidal, E. (2025). Practical Review on Aetio-Pathogenesis and Symptoms in Pigs Affected by Clinical and Subclinical Oedema Disease and the Use of Commercial Vaccines Under Field Conditions. Animals, 15(15), 2275. https://doi.org/10.3390/ani15152275
Tekst en beeld: Thomas Vraeghe, varkensdierenarts bij HIPRA Benelux




