De afzetprijzen binnen de landbouw lagen in het tweede kwartaal van 2026 8,5 procent lager dan een jaar eerder. Vooral dierlijke producten en levende dieren werden goedkoper. De prijs van melk daalde met 26,2 procent. Ook varkens en aardappelen brachten minder op. Daartegenover stegen de prijzen van onder meer eieren en verse groenten. De kosten voor landbouwbedrijven namen juist toe. Volgens het CBS waren goederen en diensten in het tweede kwartaal 2,9 procent duurder.
Varkensprijs 30,1 procent lager
De prijzen van dierlijke producten lagen in het tweede kwartaal 21,1 procent lager dan in dezelfde periode van 2025. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft vooral de lagere melkprijs invloed op dit cijfer. De prijsontwikkeling verschilde wel per product. Bij levende dieren was sprake van een daling van 14,8 procent. Vooral varkens werden goedkoper. De prijs van varkens lag 30,1 procent lager dan in het tweede kwartaal van 2025. Rundvee werd 2,4 procent goedkoper. Melk werd 26,2 procent goedkoper. Voor pluimvee daalde de prijs met 6,6 procent. Eieren waren 4,3 procent duurder dan een jaar eerder.
Daarmee zijn vooral de prijzen van producten uit de veehouderij verantwoordelijk voor de daling van de totale afzetprijzen. Volgens het CBS waren de prijzen van alle landbouwgoederen, inclusief groente en fruit, 8,5 procent lager dan een jaar eerder.
Grote verschillen bij plantaardige producten
Ook binnen de plantaardige sector liepen de prijsontwikkelingen uiteen. Aardappelen, inclusief pootgoed, waren in het tweede kwartaal 30,9 procent goedkoper dan een jaar eerder. Daarmee was de daling kleiner dan in het eerste kwartaal. Toen lagen de aardappelprijzen volgens het CBS 42 procent lager.
Ook granen werden goedkoper. De prijs van granen, inclusief zaaigoed, daalde met 9,6 procent. Bij verse groenten was juist sprake van een stijging van 8,5 procent. Binnen deze productgroep waren de verschillen groot. Zo steeg de prijs van wortelen met 123,4 procent ten opzichte van een jaar eerder. Tomaten werden 37,4 procent duurder. Uien en kool bewogen in de tegenovergestelde richting. De prijs van uien daalde met 70,4 procent, terwijl kool 57,7 procent goedkoper werd.
De prijs van fruit daalde met 18,2 procent. Bij handelsgewassen bleef de prijs gemiddeld gelijk. De genoemde cijfers over het tweede kwartaal zijn volgens het CBS voorlopig.
Inkoopkosten stijgen
Terwijl landbouwproducten minder opbrachten, stegen de prijzen van goederen en diensten die landbouwbedrijven inkopen. Volgens het CBS waren deze kosten in het tweede kwartaal 2,9 procent hoger dan een jaar eerder. Investeringen zijn niet meegenomen in deze berekening.
Vooral energie, smeermiddelen en meststoffen werden duurder. De prijzen van energie en smeermiddelen lagen 9,9 procent hoger dan in het tweede kwartaal van 2025. Dat is een omslag ten opzichte van het eerste kwartaal. Toen waren energie en smeermiddelen nog 13,8 procent goedkoper dan een jaar eerder.
Ook meststoffen en grondverbeteraars werden duurder. De prijzen stegen met 21,3 procent. In het eerste kwartaal bedroeg de stijging nog 7,7 procent. Vooral stikstofmeststoffen droegen bij aan de toename. Deze waren volgens het CBS 29,3 procent duurder dan een jaar eerder.
De combinatie van lagere afzetprijzen en hogere inkoopprijzen betekent dat de prijsontwikkeling voor landbouwbedrijven in het tweede kwartaal sterk uiteenliep. De afzetprijzen daalden, terwijl verschillende kostenposten juist toenamen.
Tekst: Esmee Groot Roessink




