VleesNL beraadt zich samen met haar leden op juridische stappen tegen het voorgenomen uit- en inleenverbod voor de vleessector. Volgens de brancheorganisatie treft de maatregel niet alleen slachterijen en vleesverwerkers, maar kan deze ook gevolgen hebben voor de bredere dierlijke productieketen. Varkenshouders zouden de gevolgen dus ook kunnen merken.
De afgelopen tijd is er veel te doen geweest rondom het welbevinden van arbeidskrachten in de vleessector. Het kabinet wil het uit- en inlenen van arbeidskrachten in de vleessector verbieden. VleesNL noemt die maatregel buitenproportioneel en stelt dat veel bedrijven die hun zaken goed op orde hebben hierdoor onnodig worden geraakt. De organisatie vindt dat de overheid malafide bedrijven gericht moet aanpakken, in plaats van een generieke maatregel voor de hele sector in te voeren.
Aantoonbare stappen
Volgens VleesNL hebben bedrijven in de vleessector de afgelopen periode juist aantoonbare stappen gezet om misstanden rond uitzendkrachten tegen te gaan. [link naar Vleessector zet stevige stappen richting toekomstbestendige arbeid – Varkensbedrijf.nl] De branche wijst onder meer op strengere eisen aan uitzendbureaus, extra onafhankelijke controles, meer medewerkers in eigen dienst, minder ontslagen op staande voet en een daling van het aantal ongevallen op de werkvloer.
De brancheorganisatie is kritisch op minister Vijlbrief, die de maatregel volgens VleesNL toch wil doorzetten ondanks de behaalde resultaten uit het actieprogramma van de sector. VleesNL stelt dat incidenten met uitzendkrachten niet representatief zijn voor de dagelijkse praktijk bij haar leden. Ook zou uit inspecties van de Arbeidsinspectie sinds 2016 volgens de organisatie niet blijken dat er sprake is van stelselmatige en wijdverspreide misstanden bij aangesloten bedrijven.
Impact kan groot zijn
De impact van het verbod kan volgens VleesNL groot zijn. Afhankelijk van de uiteindelijke reikwijdte kunnen 500 tot 1.000 bedrijven worden geraakt. Het gaat daarbij niet alleen om slachterijen, maar ook om slagers, horecaleveranciers, vleeswarenfabrikanten en producenten van snacks, sandwiches en kant-en-klaarmaaltijden. Veel van deze bedrijven zijn familiebedrijven of MKB-ondernemingen.
VleesNL waarschuwt dat bedrijven door het verbod minder flexibel kunnen inspelen op pieken, ziekteverzuim en onverwachte schommelingen in de productie. Dat kan leiden tot hogere productiekosten, hogere vleesprijzen, verlies aan concurrentiekracht en mogelijk gevolgen voor de werkgelegenheid. Op korte termijn zouden ook varkenshouders hier dus ook negatieve gevolgen van kunnen ondervinden.
VleesNL noemt het voorgenomen verbod een ‘draconische maatregel’ en wijst erop dat met de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten, de Wtta, al nieuwe regels voor de uitzendmarkt in aantocht zijn. De organisatie vindt daarom dat gericht toezicht en handhaving tegen malafide bedrijven de voorkeur verdienen boven een algemeen verbod voor de hele sector.
VleesNL en haar leden beraden zich op juridische stappen om het uit- en inleenverbod tegen te houden.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: Shutterstock




