Arbeid is een belangrijke factor in de vleessector. Maar hoe richt je dit op een toekomstbestendige manier in? In een panelgesprek gingen Rits de Boer (Inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie), Jurriën Koops (directeur ABU), Robbert van ‘t Hoff (directeur Westfort) en Manon Houben (voorzitter VleesNL) met elkaar in gesprek over de uitdagingen en kansen voor de sector op dit punt.
VleesNL-voorzitter Manon Houben opende met een toelichting op het Actieplan Gezond, veilig en eerlijk werk, dat de brancheorganisatie samen met haar leden heeft opgesteld. Het plan bevat 16 concrete punten gericht op goed werkgeverschap, eerlijke arbeidsverhoudingen en het terugdringen van arbeidsongevallen. Het merendeel van deze punten is inmiddels geïmplementeerd.
In de media wordt soms gewag gemaakt van misstanden in de vleessector. Houben benadrukte het belang van zorgvuldige duiding hierin. Er zit een verschil tussen misstanden en fouten.”Een misstand is bewust, intentioneel en gaat ten koste van een ander. Het is belangrijk om dat te onderscheiden van fouten, waar je in een continu verbeterproces van leert.”
Vier perspectieven op toekomstbestendige arbeid
In het panelgesprek deelden de panelleden hun visie op de transitie naar toekomstbestendige arbeid in de sector.
Rits de Boer (Nederlandse Arbeidsinspectie) benoemde dat negatieve gevolgen die nu op de samenleving worden afgewenteld, geïntegreerd moeten worden in het verdienmodel van de sector. “Hoe lager de contractuele verplichting in de relatie tussen werkgever en werknemer, hoe hoger het risico.” Dit vraagt volgens hem om gerichte aandacht in de risico-inventarisatie van bedrijven, waarbij contractduur, type contract en randvoorwaarden instrumenten zijn om een stevige, langdurige relatie tot stand te brengen.
Jurriën Koops (Algemene Bond Uitzendondernemingen) hield werkgevers en uitzendpartijen een duidelijke spiegel voor: “Doe het goede, ook als de arbeidsinspectie niet kijkt.” De route waarin werk steeds goedkoper wordt georganiseerd, is volgens hem geen duurzame propositie meer. Wel waarschuwde hij voor te eenzijdige denkbeelden over vaste contracten: “Een vast contract is niet zaligmakend. Veel arbeidsmigranten kiezen bewust voor flexibiliteit, omdat ze drie keer per jaar een maand naar huis willen.” Hij verwacht veel van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta), die slechte spelers uit de markt moet halen.
Robbert van ‘t Hoff (Westfort) onderstreepte het belang van internationale medewerkers voor de sector: “Zij zijn de spil van het bedrijf.” Uit eigen onderzoek onder zijn medewerkers blijkt dat het missen van familie hun grootste opoffering is. Juist daarom is maatwerk in arbeidsvoorwaarden essentieel. Hij plaatste ook een kanttekening bij het beeld van ‘laag betaald werk’: iedereen wordt conform cao beloond. Voor veel internationale medewerkers is het inkomen vier keer zoveel als zij thuis kunnen verdienen. Daarnaast wees hij erop dat de sector al fors heeft geautomatiseerd en daarin blijft investeren.
Manon Houben sloot het panelgesprek af met een blik op de toekomst: de vleessector wil veranderen, over vijf jaar zal de sector werken met minder mensen, meer maatwerk en betere aansluiting op culturele verschillen. “We zien nu al in de cijfers dat het verloop afneemt. Als we dit kunnen vasthouden, lukt het om medewerkers te boeien, te binden en te behouden.”
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: Shutterstock




