De huidige warme periode zorgt op veel varkensbedrijven voor extra aandacht voor hittestress. Hittestress ontstaat niet alleen bij extreem hoge temperaturen, maar juist ook in combinatie met een hoge luchtvochtigheid. Daardoor kan het al eerder optreden dan vaak wordt gedacht.
Wanneer ontstaat hittestress?
De lichaamstemperatuur van een varken ligt normaal tussen de 38 en 39°C. Binnen de thermoneutrale zone kan het dier deze temperatuur zelf goed regelen.
Zodra de omgevingstemperatuur stijgt boven die comfortzone, ontstaat hittestress. Daarbij geldt dat met name zware dieren, zoals zeugen, al bij relatief lage temperaturen (rond 22°C en soms lager in combinatie met hoge luchtvochtigheid) negatieve effecten kunnen ervaren.
Waarom zijn varkens gevoelig voor hitte?
Varkens hebben beperkte mogelijkheden om warmte kwijt te raken:
- Ze hebben geen functionele zweetklieren
- Ze beschikken over relatief veel isolerend vetweefsel
- De longcapaciteit is relatief beperkt
Hierdoor zijn ze afhankelijk van andere mechanismen, zoals het vergroten van de ademfrequentie en het aanpassen van gedrag om warmteverlies te bevorderen.
Hoe herken je hittestress?
Hittestress is in de stal vaak goed te zien aan gedrag en prestaties. Typische signalen zijn:
- Dieren liggen verder uit elkaar of languit op de zij
- Versnelde ademhaling of hijgen
- Verminderde voeropname
- Meer wateropname
Bij aanhoudende hittestress kan dit leiden tot verstoring van de darmfunctie en de mineralenbalans, met diarree, gezondheidsproblemen of zelfs uitval als gevolg.
Daarnaast heeft hittestress een duidelijke invloed op:
- Groei en voerbenutting
- Vruchtbaarheid en dracht
- Immuniteit en weerstand
- Karkaskwaliteit
Gevolgen voor de darmgezondheid
Onderzoek laat zien dat hittestress de beschermende functie van de darmwand kan aantasten. Hierdoor neemt de kans toe op bacteriële infecties en het doorlaten van schadelijke stoffen naar de bloedbaan. Dit kan de algemene gezondheid van dieren verder onder druk zetten.
Wat kun je doen om hittestress te beperken?
In warme periodes zijn managementmaatregelen in de stal extra belangrijk:
Stalklimaat
- Verhoog ventilatie en luchtstromen
- Controleer luchtinlaten en eventuele weerstanden (zoals luchtwassers)
- Voorkom directe zoninstraling op de dieren
Water
- Zorg voor onbeperkte en goed werkende watervoorziening
- Controleer waterdruk en doorstroomsnelheid
- Houd drinkwater zo koel mogelijk (rond 10°C is ideaal)
Voer en management
- Voer bij voorkeur op koelere momenten van de dag
- Pas voercurves tijdelijk aan bij extreme hitte
- Vermijd onnodige verstoringen zoals mengen, vaccineren of verplaatsen op warme momenten
Hokbezetting en huisvesting
- Verlaag indien mogelijk de bezettingsgraad
- Schakel warmtebronnen in kraamstallen tijdig uit
Aanvullende ondersteuning
- Elektrolyten of vitamines kunnen via drinkwater worden ingezet ter ondersteuning van de dieren tijdens warme periodes
Tot slot
Hittestress is vaak al een probleem voordat het zichtbaar extreem warm wordt. Juist de combinatie van temperatuur en luchtvochtigheid maakt het risico in deze periode groot.
Tijdig ingrijpen en goed stalklimaatmanagement zijn daarom essentieel om gezondheid en prestaties van varkens op peil te houden.
Tekst: Meike Wittenhorst
Beeld: Prosu Beeldarchief



