Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) heeft Royal GD voor de komende tien jaar opnieuw aangewezen voor de uitvoering van de wettelijke diergezondheidsmonitoring en de monitoring van specifieke dierziekten. Daarmee blijft GD verantwoordelijk voor een belangrijk onderdeel van de Nederlandse diergezondheidszorg voor landbouwhuisdieren en paarden.
Monitoring brengt verschillende signalen samen
De Europese Animal Health Regulation (AHR) verplicht EU-lidstaten om dierziekten voortdurend te monitoren en nieuwe gezondheidsrisico’s tijdig te signaleren. Sinds de invoering van deze regelgeving in 2021 voert GD de wettelijke monitoring namens de Nederlandse overheid uit. De organisatie doet dat al langer. Sinds 2002 is GD verantwoordelijk voor de basismonitoring van diergezondheid.
Volgens GD worden signalen uit onder meer de veehouderij, dierenartsenpraktijken, laboratoriumdiagnostiek, wetenschap en volksgezondheid verzameld en geanalyseerd. Hierdoor kunnen ontwikkelingen in diergezondheid worden gevolgd. Het gaat daarbij om zowel bekende aandoeningen als nieuwe of opkomende risico’s. Daarnaast voert GD afzonderlijke monitoringsprogramma’s uit voor specifieke dierziekten. Voorbeelden daarvan zijn vogelgriep, brucellose en Q-koorts.
De nieuwe aanwijzing geldt voor een periode van tien jaar. Daarmee blijft GD verantwoordelijk voor een onderdeel van de wettelijke diergezondheidszorg voor landbouwhuisdieren en paarden. De monitoring kan volgens de organisatie bijdragen aan het tijdig signaleren van gezondheidsproblemen, zodat overheid en sector daarop kunnen reageren.
Verdere ontwikkeling
Volgens de evaluatie draagt de monitoring bij aan diergezondheid, dierenwelzijn, voedselveiligheid en volksgezondheid. Ook voor de internationale handel is de monitoring van belang. Nederland exporteert dierlijke producten naar verschillende landen. Inzicht in de diergezondheid en het tijdig signaleren van uitbraken kunnen volgens GD bijdragen aan de positie van Nederland als exportland.
De nieuwe aanwijzing biedt daarnaast ruimte om de monitoring verder te ontwikkelen. GD wil daarbij blijven werken aan diagnostische technieken, data-analyse en digitale toepassingen. Volgens de organisatie moeten deze ontwikkelingen helpen om gezondheidsrisico’s sneller en nauwkeuriger te signaleren. Daarbij blijft samenwerking met dierenartsen, veehouders, overheid, sectorpartijen en kennisinstellingen onderdeel van de aanpak.
Bron: Royal GD
Tekst: Esmee Groot Roessink




