Denemarken zet de wereldstandaard in de varkensproductie. Het land is koploper op vlak van onder meer dierwelzijn, voedselveiligheid en diergezondheid. Sigrid Beth Rasmussen, manager van de DanBred Academy en actief in productontwikkeling, hield in Tielt een discours over de toekomstige uitdagingen voor de Deense varkenshouderij. “We willen de varkenshouderij in het algemeen verbeteren en dat doen we niet individueel. Dat lukt met name door heel veel samen te werken in de sector.”
In een vloeiend Engels betoog schetste Sigrid Beth Rasmussen van de Deense fokkerijorganisatie DanBred in het drukbezochte hotel Shamrock in Tielt de huidige varkenshouderij in Denemarken. Het Scandinavische land telt een bevolking met zes miljoen mensen en produceert elk jaar ongeveer 30,9 miljoen varkens. “De varkenshouderij zorgt op die manier voor veel werkgelegenheid in onze regio”, stelde Rasmussen vast. Ze maakte ook een kanttekening. “Van de varkensproductie is ongeveer negentig procent voor export bestemd, slechts tien procent is voor de interne markt. Dat zorgt ervoor dat er wel kritisch gekeken wordt naar onze sector: is die schaal wel nodig in onze maatschappij?”
Efficiënt produceren
De varkensstapel bleef de afgelopen jaren in Denemarken nagenoeg gelijk. “De productiviteit ging wel verder omhoog”, ging Sigrid Beth Rasmussen verder. Ze toonde efficiëntiecijfers van de wereldwijde varkensvleesproductie. Van de Europese landen scoort Denemarken het hoogst. “Met een kostprijs van 1,68 euro per kilogram warm karkasgewicht scoort Denemarken net na Brazilië en de Verenigde Staten het best in de Europese ranking.”
Richting 2050 formuleerde de sector in Denemarken een duidelijke visie en strategie voor de toekomst. “Deense varkens en daarmee ook Deens varkensvlees is kwaliteitsvoeding zowel in Denemarken, in Europa als wereldwijd. Dit creëert een fundament voor welvaart, geografisch evenwicht en aantrekkelijke arbeidsmogelijkheden voor en door Denemarken.”
Intacte staarten en PRRS
De Deense varkenssector gaat de toekomst tegemoet door intensieve samenwerking in de keten tussen het Danish Pig Research Centre en SEGES innovation. “De samenwerking speelt een sleutelrol in het verbeteren van de productieresultaten in de Deense varkenshouderij.” In de sector zijn zo een aantal prioriteiten op korte termijn opgesteld. Zo is er het behoud van intacte staarten binnen dierwelzijn. “We willen het aantal varkens met intacte staarten jaarlijks verdubbelen en zijn met een half miljoen gestart in 2024”, geeft Rasmussen aan. Dat loopt op naar één miljoen, twee miljoen, en vier miljoen in respectievelijk 2025, 2026 en 2027. De keuze is vrijwillig voor de varkenshouder en wordt gestuurd vanuit de industrie. “Door per varken met intacte staart een premie van 7,7 euro toe te kennen, wil de sector op vrijwillige basis sturen naar meer intacte staarten.”
Een ander speerpunt voor de toekomst is het PRRS-eradicatieprogramma. “Ook dat is een eigen initiatief van de varkenshouders, gestart in 2023.” Intussen zijn 4.500 bedrijven gescreend en worden positieve bedrijven nauwgezet opgevolgd. “Slachthuizen hebben ook een betalingssysteem geïntroduceerd waarbij dieren afkomstig van PRRS-positieve bedrijven minder gevalideerd worden. Bedrijven worden zo gestimuleerd om aan PRRS te werken.”
Naar 41,9 gespeende biggen
Ook bij DanBred wordt intensief nagedacht over de toekomst, zo vertelde Sigrid Beth Rasmussen. “We zagen een grote evolutie in de Deense varkensfokkerij en in de afgelopen 30 tot 35 jaar is er ontzettend veel veranderd.” Dat gebeurde onder meer onder impuls van genoomselectie en de daaropvolgende dataverzameling. “Er is een versnelde ontwikkeling ontstaan, waarbij alles is gebaseerd op gigantische hoeveelheden data. Daar ligt nu de nieuwe vooruitgang.”
DanBred investeert elk jaar 15 tot 17 procent van de omzet in nieuw onderzoek en ontwikkeling. Het fokprogramma focust op het maximaliseren van de winst voor de varkenshouder bij de productie van 1 kilogram varkensvlees. “We streven naar een evenwichtig fokdoel dat de balans houdt tussen productiviteit, robuustheid en reproductie.” De voorbije jaren won robuustheid aan belang in het fokdoel. De verhoogde focus naar robuuste varkens start met bigoverleving, een kenmerk dat sinds 2022 is toegevoegd in de fokkerij. Zeugoverleving kreeg extra nadruk en in 2025 werd ook toomgroei toegevoegd. “Dat blijkt een echte gamechanger in de fokkerij.” De resultaten van gedreven fokkerij blijven niet uit in de praktijk. “Op de gemonitorde bedrijven ging het aantal gespeende biggen van 35,4 in 2022 naar 37,3 in 2025. Bij de tien procent beste bedrijven ligt dat cijfer op 41,9 gespeende biggen per zeug per jaar.”
Boeren bij de consument
De toonaangevende productiviteit in onze regio was het startpunt van het betoog van Jan De Keyser, hoofd agri en food bij BNP Paribas Fortis. “Landbouw in Noord-West-Europa bevindt zich vandaag de dag op zowat de beste plek ter wereld. We behalen de hoogste productie per hectare en per mankracht. Deze regio is daarin de absolute kampioen.” Anderzijds houdt dat ook uitdagingen in, deels vanwege de hoge bevolkingsdichtheid. “We boeren dicht bij onze consument. We worden dus ook goed gevolgd in wat we doen en ondernemen.”
Jan De Keyser had het over systeemkrachten in de landbouw en noemde onder meer de thema’s ruimte en milieu. Maar ook markt en consument, keten en tot slot kapitaal hebben hun invloed op de landbouw. “Landbouw is een sector waar alle systeemkrachten tegelijk en het hardst landen. Norm- en datagedreven markttoegang wordt hier het eerst zichtbaar. Financiering selecteert daarin sneller.”
Jan De Keyser ziet volop kansen voor de sector richting 2035 en voorspelt het afstappen van het cyclisch denken. “2035 wordt een selectie op toegang tot de markt. Ben ik relevant voor mens en maatschappij? En hoe kan ik in de toekomst ook relevant blijven? De wereld rondom verandert razendsnel.” Ook de vleesconsumptie is aan verandering onderhevig. “De totale vleesconsumptie per persoon neemt in onze regio licht af met grote verschillen tussen de vleessoorten. De globale vleesconsumptie stijgt. Bij ons wordt niet minder, maar ander vlees geconsumeerd.”
Er zijn daardoor blijvend mogelijkheden voor varkensvleesproductie, aldus Jan De Keyser. “Varkensvlees blijft een kern-eiwit in Noordwest-Europa.” Het is ook een product met een sterke positie door zijn hoge verwerkbaarheid en een hoge culinaire en culturele verankering. Het varken is daarenboven efficiënter dan het rund per kg vleesaanzet. “Het is ook een betaalbaar eiwit bij koopkrachtdruk door zijn sterke prijs-eiwitverhouding.”
Markttoegang organiseren
Jan De Keyser ging verder met een aantal mogelijke bedrijfsscenario’s en vatte verschillende bedrijfstypes met hun voor- en nadelen samen. Mogelijkheden zijn best-in-class-bedrijven met een top-performance, bedrijven die specifieke producten voor de retail op de markt brengen of bedrijven die circulair zijn in mest en energie. Maar ook procesbedrijven met multi-sites hebben net als bedrijven met niche en korte ketenproductie kansen. Er zullen ook bedrijven zijn die kiezen voor een gecontroleerde stop en eventueel een omschakeling. Varkenshouderij in 2035 vraagt dus geen groter volume varkensvlees, maar een betere positionering in de markt. Kansen ontstaan via ketenintegratie en contracten. “De sector wordt kleiner en professionaliseert. Maar wie blijft, blijft omdat hij markttoegang organiseert.”
Tekst & Beeld: Annelies Debergh





