Fytaat is een antinutriënt dat de opname van mineralen verhindert. De stof bevindt zich in onder meer granen en zaden, en komt dus veel voor in varkensvoeder. Door fytase toe te voegen aan het voeder, wordt de negatieve impact van fytaat tegengegaan. Het enzym breekt de antinutriënt af en zorgt dus voor een betere opname van mineralen tijdens het verteringsproces.
De voordelen van een standaardhoeveelheid fytase in het voeder zijn al goed beschreven in de literatuur. Tegenwoordig focussen onderzoekers zich vooral op de effecten van een superdosis fytase. Door de aanwezigheid van het enzym in het voeder gevoelig te verhogen, zouden de groeiprestaties van varkens nog kunnen verbeteren. Als bovendien de hypothese klopt dat een superdosis fytase ervoor kan zorgen dat energie en aminozuren in het voeder efficiënter opgenomen worden, dan kan aan varkens ook goedkoper voeder aangeboden worden zonder negatieve impact op de groei. Onderzoekers van het bedrijf AB Vista, dat zich specialiseert in voederenzymen, experimenteerden daarom met hoge dosissen fytase in het voeder.
Voor de praktijkproef selecteerden de onderzoekers 15 hokken met telkens ongeveer 20 varkens. De dieren hadden een startgewicht van min of meer 40 kilogram. De varkens werden ingedeeld in drie groepen die allemaal een ander voeder kregen. De eerste was de controlegroep. Deze varkens kregen een voeder met een normale hoeveelheid fytase. Aan het voeder van de andere groepen was een superdosis fytase toegevoegd. De hoeveelheid van het enzym lag ruim vijf keer hoger dan in de controlegroep. In de tweede groep werd de superdosis gecombineerd met normale hoeveelheden aminozuren en calorieën. Voor de derde groep werd daarentegen de mogelijke verbeterde opname van voedingsstoffen bij een superdosis in rekening gebracht. Het voeder bevatte minder aminozuren en calorieën, en was dus goedkoper. Tijdens het experiment werden de voederopname en het gewicht van de varkens bijgehouden. Met deze gegevens berekenden de onderzoekers de dagelijkse groei en voederconversie. Daarnaast gebruikte het team een rekenmodel om de CO2-voetafdruk van elk voeder te berekenen.
Het voeder van de tweede groep leverde de meest gunstige voederconversie op. In het algemeen waren er echter geen significante verschillen tussen de groepen op vlak van dagelijkse groei en voederopname. Een superdosis fytase in het voeder had wel een duidelijk ecologisch voordeel. In de tweede en derde groep verlaagde de CO2-voetafdruk van het voeder met respectievelijk 1 procent en 3,5 procent.
Tekst & Beeld: Gerben Hofman





